
De gecombineerde beweging — meer insolventies, minder nieuwe ondernemingen — wijst op een zwaarder ondernemingsklimaat in delen van de EU. Tegelijkertijd laten de sectorale uitsplitsingen zien dat de druk allesbehalve gelijkmatig is verdeeld: sommige sectoren presteren juist beter dan een jaar geleden, terwijl andere duidelijk onder druk staan.
In vijf van de acht gemeten sectoren van de bedrijfseconomie nam het aantal registraties in het tweede kwartaal af. De industrie liet de sterkste terugval zien met 3,6 procent, gevolgd door de horeca en de voedingsdiensten met 3,4 procent en onderwijs en sociale diensten met 3,2 procent.
Daar staat tegenover dat de informatie- en communicatiesector een opvallende groei boekte: het aantal registraties steeg er met 8,8 procent. De bouwsector noteerde een bescheiden plus van 1,0 procent, terwijl de financiële dienstverlening nagenoeg stabiel bleef.
Het aantal faillissementsaanvragen nam toe in vijf van de acht sectoren. De grootste stijging deed zich voor in onderwijs en sociale activiteiten, waar het aantal verklaringen met 21,1 procent opliep ten opzichte van het voorgaande kwartaal. De transportsector volgde met een toename van 11,4 procent, terwijl faillissementen in de financiële dienstverlening 6,8 procent hoger uitkwamen.
In drie sectoren daalde het aantal faillissementen juist:
Die tegengestelde bewegingen illustreren dat de EU-brede stijging geen uniform fenomeen is. Verschillende sectoren worden geraakt door uiteenlopende combinaties van vraaguitval, arbeidsmarktkrapte, energiekosten en beperktere financieringsmogelijkheden.
Eurostat benadrukt dat de cijfers met de nodige zorgvuldigheid gelezen moeten worden. Een bedrijfsregistratie betekent niet automatisch dat een onderneming daadwerkelijk actief is geworden; een faillissementsverklaring markeert het begin van een gerechtelijke procedure die niet per definitie leidt tot onmiddellijke bedrijfssluiting. Bovendien verschillen nationale insolventiestelsels aanzienlijk van elkaar. De gegevens worden als indexcijfers gepubliceerd om vergelijkbaarheid te verbeteren, maar zijn geen directe telling van verloren arbeidsplaatsen of definitief verdwenen bedrijven.
Wel sluiten de cijfers aan bij bredere signalen van financiële druk in het Europese bedrijfsleven. De Europese Centrale Bank constateerde in haar enquête over het tweede kwartaal een verdere verkrapping van kredietvoorwaarden voor ondernemingen in de eurozone. Bedrijven rapporteerden weliswaar hogere omzetten, maar ook een aanhoudende druk op de winstmarges — een combinatie die met name kleinere ondernemingen kwetsbaar maakt wanneer herfinanciering of strengere onderpandvereisten aan de orde zijn.
De scherpe stijging van faillissementen in onderwijs en sociale activiteiten verdient volgens analisten bijzondere aandacht, omdat deze sector nauw verbonden is met diensten voor kinderen, ouderen en mensen met een zorgbehoefte. De maatschappelijke gevolgen van faillissementen in dit segment reiken verder dan de balansen van de betrokken organisaties.
Of de stijging van het tweede kwartaal een tijdelijk patroon is of het begin van een meer structurele verslechtering, moet blijken uit de volgende kwartaalcijfers van Eurostat. Tot die tijd bieden sectorale analyses meer houvast dan brede uitspraken over de algehele veerkracht van de Europese bedrijfseconomie.