
Onder de getroffen bedrijven vallen onder meer bouwbedrijven in Zele, Aalter en Gent, horecazaken in Gent en Deinze, en vervoersbedrijven in Sint-Niklaas en Gent. Ook enkele eenmanszaken en vrije beroepen, zoals kappers en dakwerkers, werden failliet verklaard.
Voor elk faillissement stelde de rechtbank een curator aan. Schuldeisers kunnen bij hen hun vorderingen indienen.